Zoek in de stad naar stilte en je bent een tijdje zoet. Toch wordt de strijd tegen lawaai steeds heviger gevoerd. Door inwoners, politici, en kunstenaars, zoals deze week de Week van de Klank in Brussel duidelijk maakt.

Bijna niets, dat was er te horen. Een zeldzaamheid, zo op de stoep voor de redactie. Het was zondag, het was vroeg, en het bedaarde vallen van de sneeuw bracht kalmte. Stilte in de stad, het is zoals de grote liefde: je zoekt er vaak naar, je vindt het zelden. Nochtans voeren de stad en haar bewoners steeds meer strijd tegen lawaai. Niet verwonderlijk. Zo vindt ongeveer 70 procent van de Brusselaars lawaai een van de ergste vormen van milieuhinder die hun levenskwaliteit aantast, leert de website van Leefmilieu Brussel. De bronnen van geluidshinder zijn divers: het wegverkeer, vliegtuigen, het openbaar vervoer, terrassen van café, burenlawaai. De perikelen over de nachtvluchten zijn bekend, en nog steeds niet opgelost, maar ook op minder grote hoogte voeren stadsbewoners steeds vaker actie tegen lawaai. Zo vecht actiecomité Ademloos niet alleen tegen de nadelige hoeveelheid fijn stof die de Lange Wapper (de brug die de Antwerpse ring moest sluiten om het verkeersinfarct van de stad op te lossen) met zich zou meebrengen, maar ook tegen het aantal decibels. En vorige week nog hebben enkele inwoners van de Brusselse gemeente Sint-Gillis ervoor gezorgd dat de klokken van de Sint-Gilliskerk minder hard luiden, wegens het verstoren van de rust. Meer dan op het platteland snerpen ook sirenes van de hulpdiensten meermaals per dag door de stad, en klagen mensen over de overlast ervan. Twee weken geleden besliste staatssecretaris voor Mobiliteit Melchior Wathelet (cdH) om geluidsplafonds op te leggen voor die sirenes, zowel overdag als ’s nachts. Dat is nieuw, want tot nu toe bestonden daar geen bovengrenzen voor.

Stiltecoupés

Maar mensen zijn ook zelf een bron van hinderlijk lawaai. Tien jaar geleden al voerde de Nederlandse Spoorwegen stiltecoupés in. Niet kletsen en niet bellen, dat was de bedoeling. Iets wat overigens in praktijk niet altijd blijkt te werken. De Belgische spoorwegen houden het voorlopig nog bij bordjes, met daarop het vriendelijke verzoek om mobiele telefoons discreet te gebruiken, en niet te overdrijven in het volume van mp3-spelers. Iets wat in praktijk niet altijd blijkt te werken, inderdaad. In elk geval: er gebeurt wel een en ander om lawaai zoveel mogelijk te beperken. Zo lanceert Brussels minister van Leefmilieu Evelyne Huytebroeck (Ecolo) deze week de brochure ‘Rustig wonen in Brussel’, met honderd tips om zich te beschermen tegen lawaai en er geen te maken. Dat gaat van stille auto’s, rustig rijden, vilt onder de stoelen kleven, kinderen en huisdieren sensibiliseren, de voordelen van een tapijt, tot akoestisch isoleren van uw woning. “Een stad leeft en maakt lawaai. Dit is onvermijdelijk”, zo zegt Huytebroeck in de brochure. “Die geluidshinder kan wel onder controle worden gehouden, maar het is ook de taak van elke individuele inwoner om geluidsoverlast te vermijden.” Brussels staatssecretaris Bruno De Lille (Groen) lanceert dan weer het meerjarenproject ‘Bessst’, dat stiltebeleving in Brussel centraal zet. (zie kader) Rustig Brussel, wordt het ooit een realiteit in plaats van een oxymoron? “Stilte in een stad definieer ik niet noodzakelijk als plekken waar niets meer te horen is”, zegt De Lille. “Dat kan ook niet: je kunt van Brussel geen kalme plaats maken, het is een internationale hoofdstad. Bovendien houden de meeste inwoners net van de dynamiek die Brussel met zich meebrengt. Maar mensen hebben er wel behoefte aan om af en toe eens uit die drukte te ontsnappen, naar plekken die kalm en rustig aanvoelen.” Waar De Lille zelf al eens naartoe vlucht: “Het parkje aan en de binnentuin van het Pacheco Instituut, vlakbij het Begijnhof. De ideale plek om een boek te lezen. Of Parking 58, waar je een heel mooi zicht hebt op de stad, en het gevoel krijgt dat je er even aan ontsnapt. Ten slotte iets wat misschien niet zo bekend is: de Groene Wandeling. Een parcours van meer dan zestig kilometer, volledig rond het Brussels Gewest.” Steeds meer steden zetten in op stilte. Dat moet ook wel, als je de middenklasse in het centrum wil houden. Mensen willen levenskwaliteit, en dat hangt samen met plaats om weer te kunnen ademhalen. Plaats ook voor de kinderen om te spelen. Meestal kijken we naar noordelijke streken als het gaat om stille steden, waar voetgangers, fietsers en trams de dienst uitmaken, en niet de auto. En toch springt ook het zuiden van Europa op die kar. Neem de Zuid-Spaanse stad Sevilla: die heeft haar centrum zo heringericht dat auto’s er nergens meer te horen zijn. Fietsers, trams en voetgangers: dat is alles wat je ziet en hoort. Dat geldt niet alleen voor kleine winkelstraten, ook in de Avenida de la Constitución, de brede ader die doorheen de stadskern slingert, kun je de rust en kalmte bijna proeven. Allicht zit de zon er ook voor veel tussen, maar dat de afwezigheid van verkeerslawaai de Andalusiër een grote dosis rust bezorgt, dat zie je zo. Want de schadelijke effecten van geluidshinder zijn niet min. “Op korte termijn kan omgevingslawaai ervoor zorgen dat het uitvoeren van ‘moeilijke’ taken, zoals een complex boek lezen of studeren, verstoord wordt”, legt Dick Botteldooren uit, professor aan de vakgroep Akoestiek van de UGent. “Dat zorgt voor stress. Nu kan een mens wel wat stress verdragen, als er tenminste voldoende afwisseling is met stressloze periodes. Je moet een plek hebben om naartoe te kunnen vluchten, zodat je mentaal kunt herstellen. Lukt dat niet, dan stapelt de stress zich op en wordt hij chronisch. Op lange termijn is er dan een verhoogd risico op een hogere bloeddruk of het ontwikkelen van hart- en vaatziekten.” Korte blootstellingen aan een hoog geluidsniveau of langdurige blootstellingen aan een laag niveau van decibels kunnen ook gehoorstoornissen veroorzaken: gehoorvermoeidheid, gehoorverlies, of oorsuizen.” Voorts wijst wetenschappelijk onderzoek uit dat slaapverstoring door verkeerslawaai op langere termijn ook gepaard kan gaan met een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen, depressie of diabetes.

Vogeltjes

Belangrijk dus, die plekken in de stad waar rust en stilte voor mentaal herstel kunnen zorgen. Geluidsvrij kunnen die plekken uiteraard niet zijn. Niet alleen omdat het praktisch zo goed als onmogelijk is, maar ook omdat de perfecte stilte niet de rust brengt die velen zullen verwachten. Een experiment aan de universiteit van Minnesota toont aan dat complete stilte gek maakt. In de zogeheten ‘dode kamer’ daar is het stil. Erg stil. De achtergrondgeluiden zijn teruggebracht tot min 9,4 decibel. Dat is zo weinig dat je, als je in de kamer bent, je eigen hartslag, het gerommel van je ingewanden en zelfs het bloed in je aderen hoort. Geen mens houdt het lang vol in die ‘dode kamer’. Het record staat op drie kwartier. Nee, ‘stil’ betekent eerder dat het geluid wordt verspreid, zonder dat een daarvan dominant is, legt professor Botteldooren uit. Vogels die zingen, bomen die ruisen, maar ook stemmen op de achtergrond of zachte muziek – het is dat wat mensen rustig maakt. Lukt dat niet op natuurlijke wijze, dan kan de mens nog altijd ingrijpen. Zo is er een park in Berlijn waar je op een bepaalde bank vogels uit een luidspreker hoort tsjilpen. In een park in Stockholm kun je op een bepaalde plek dan weer geluiden horen alsof een groepje vrienden op de achtergrond aan het barbecueën is. Allemaal met de bedoeling om de aanwezigheid van nabij verkeersgeluid te diversifiëren. Zover zijn ze nog niet in Brussel of in Antwerpen. Gelukkig maar misschien. www.lasemaineduson.be

Sofie Mulders – De Morgen (24/01/2012)