Er werd vorige week wat afgegniffeld in de kranten en op televisie. Zeer te begrijpen trouwens want je betrapt niet elke week een homofoob Hongaars Europarlementslid op een seksfeestje in Brussel. Dat het feestje door een Brusselaar met Poolse roots werd georganiseerd en dat de gasten eerst dachten dat de binnenvallende agenten bij de ‘animatie’ hoorden, maakte het verhaal alleen maar pittiger.

De meeste media focusten (terecht) op de hypocrisie van de heer Szájer die in zijn eigen land de auteur blijkt te zijn van anti-LGBTI+-wetgeving maar zich in Brussel, ver van vrouw en kind, toch maar leuk amuseert op homo-seksfeestjes. Ze hadden ook boos kunnen berichten over het seksfeestje zelf want er waren duidelijk teveel mensen samen en het leek er niet echt op dat ze anderhalve meter afstand hadden gehouden. En veilig vrijen stond duidelijk ook niet op het programma. Maar dat wat het nieuws voorpaginawaardig maakte was toch de dubbele moraal van het Europarlementslid.

Verdediging

Het Brusselse Rainbowhouse nam het, tot mijn verrassing, voor hem op. Ook conservatieve homo’s mogen niet ‘geout’ worden vonden ze. Daar ben ik het in dit geval niet mee eens. Begrijp me niet verkeerd: ik ben zelf ook tegen het outen van mensen, tegen het openbaar maken van iemands LGBTI+-zijn tegen zijn of haar zin. Of je als man openlijk over je man praat en als vrouw je knuffelfoto’s met je vrouw laat zien of dat net niet doet, dan zou dat je eigen keuze moeten zijn. Je kunt het hypocriet vinden dat een man met een vrouw getrouwd is en tegelijk geniet van de herenliefde maar dat is zijn zaak. En die van zijn vrouw natuurlijk maar ook in haar plaats kan ik niet beslissen. Het is ook je goede recht als lesbische vrouw bijvoorbeeld tegen het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht zijn. Mensen zijn vrij om te denken wat ze willen.

Boemerang

Als LGBTI+-gemeenschap moeten we die vrijheid van meningsuiting trouwens koesteren. Als wij de indruk zouden wekken dat we willen bepalen hoe mensen zich moeten gedragen of wat ze mogen denken en zeggen (als dat binnen de wet is), dan is de kans groot dat wij daar zelf het eerste slachtoffer van worden. Het is nog niet zo lang geleden dat contactadvertenties voor homo’s en lesbiennes geweerd werden uit sommige bladen en ook in België is conversietherapie nog niet verboden. Niets houdt ons tegen om met die mensen te discussiëren, hen proberen te overtuigen of duidelijk te maken dat we hun gedrag hypocriet vinden maar het zou geen goed idee zijn hen tot openheid te dwingen. Want dat komt zeker als een boemerang terug.

Het is dan ook efficiënter van je energie te steken in het LGBTI+-vriendelijk maken van de maatschappij en zo een veilige sfeer te creëren die de kasthomo’s en -lesbiennes er misschien toe zal aanzetten om toch openlijk zichzelf te zijn.

Twee richtingen

Alleen geldt dat in twee richtingen. Jij mag je regenboogkant rustig in de kast houden maar je moet mij ook mijn vrijheid laten. En daar wringt het schoentje natuurlijk bij meneer Szájer. Want hij was niet zomaar een mandataris voor een conservatieve homofobe partij, hij was er een van de leidende figuren. Hij ging er ook prat op persoonlijk anti-LGBTI+-wetten geschreven te hebben en hij had zelfs de macht om die goedgekeurd te krijgen. Tegelijk eigende hij zich, in de zo verfoeide LGBTI+-vriendelijke EU-hoofdstad, wel de privileges en vrijheid toe die hij de homo’s, lesbiennes, bi’s, trans en intersekse personen in zijn eigen land ontzegde.  Geen enkele groep kan verplicht worden zoveel hypocrisie te tolereren.

Onverwerkte homoseksualiteit

Sommige mensen steken zijn homofobe gedrag op zijn zogenaamde onverwerkte homoseksualiteit. Er wordt inderdaad gezegd dat de grootste homofoben vaak zelf homo of lesbisch zijn. En het klopt dat er heel wat voorbeelden zijn om dit te staven. Denk maar aan de Amerikaanse McKrae Game die jarenlang beloofde homo’s, lesbiennes en trans personen ‘te genezen’ en intussen zelf uit de kast is gekomen. Of Jorg Haider, de partijleider van de extreemrechtse en homofobe BZÖ, waarvan na zijn dood bleek dat hij een relatie had met zijn opvolger. Er is zelfs al onderzoek naar gevoerd al komt dat niet echt tot één conclusie. Er zijn studies  die tot de conclusie komen dat die homofobe mensen “zich waarschijnlijk bedreigd voelen door andere, openlijke homoseksuelen omdat die hen met de eigen, vergelijkbare gevoelens confronteren terwijl ze die gevoelens eigenlijk willen onderdrukken.” Maar er zijn er net zo goed andere die geen verband zien.

Zo bekeken zou je inderdaad eerder medelijden moeten hebben met Jozsef Szájer die zich, blijkbaar vanwege zijn onvermogen om zichzelf te aanvaarden, extreem-hetero wil opstellen door zich zo homofoob mogelijk te gedragen. Ik vraag me wel af in hoeverre iemand die met wildvreemden aan homo-seksfeestjes deelneemt en er naar eigen zeggen zelf ook organiseerde, echt in de knoop zit met zijn geaardheid. Maar goed, ik ben geen psycholoog dus wie weet.

Gamechanger?

Binnen de LGBTI+-gemeenschap zijn er mensen die hopen dat dit een gamechanger kan zijn voor de Hongaarse politiek. Als zelfs belangrijke Fidesz-partijleden duidelijk niet achter hun anti-LGBTI+-programma staan dan kunnen ze hun programma beter in de vuilnisbak gooien, zei bijvoorbeeld Dimitri De Vreeze, voorzitter van de Belgium Bear pride. Ook de Hongaarse oppositiepartij DK hield zo’n discours. Wat zou het mooi zijn mocht dat zo zijn. Maar een dag later waren we al wijzer …

Macht

Het is namelijk niet de zogenaamde geïnternaliseerde homofobie van Jozsef Szájer die de voornaamste reden is van het anti-LGBTI+-beleid dat hij en zijn kompaan Viktor Orban met de partij Fidesz uittekenden. Het ging hen vooral over macht: de macht te kunnen bepalen hoe je je moet gedragen, hoe je je moet kleden, op wie je verliefd mag zijn en op wie niet… 

Dictaturen houden niet van mensen die afwijken en van groepen die de gevestigde waarde in vraag stellen. Door een antifeministisch en een anti-‘gender’-beleid te voeren, probeert Fidesz in Hongarije een sfeer te creëren waarin ze iedereen die een gevaar zou kunnen zijn voor hun politiek, marginaliseren en stigmatiseren en zo ongevaarlijk maken. Wil je jezelf kunnen uiten, dan doe je dat maar thuis, in achterkamertjes of in het buitenland. De fout die Jozsef Szájer gemaakt heeft is dan ook niet dat hij homo is maar wel dat hij zich liet betrappen.

Union of Equality

De EU heeft dat intussen goed begrepen en publiceerde onlangs ‘Union of Equality: LGBTIQ Equality Strategy 2020-2025’, een strategische nota over LGTBI+-rechten in Europa. Een première! Omdat de lidstaten LGBTI+-rechten plots zo belangrijk vinden? Ik ben een groot voorstander van de EU maar zo naïef ben ik nu ook weer niet. Ze liggen niet wakker van de LGBTI+-gemeenschap maar ze zien goed dat wij de kanaries in de koolmijn zijn. Waar de vrijheid onder druk staat, zijn homo’s, lesbiennes, bi’s, trans en intersekse personen de eerste slachtoffers, de eersten die uit het beeld weggefilterd worden. Wil de EU de unie van de vrijheid blijven, dan kan ze dat niet over zich heen laten gaan. Je zou dus kunnen stellen dat we de eerste Europese LGBTI+-strategische nota te danken hebben aan Viktor Orban.

Kreten en gefluister

Zal dit ook iets veranderen? Dat is nog maar de vraag. Hongarije en de EU liggen momenteel op ramkoers, de LGBTI+-nota is maar één van de schoten die gelost worden. Zoals het vaak gaat, zoekt men nu naar compromissen. Sterft het EU-regenboogbeleid als gevolg daarvan een stille dood of wordt het verder uitgebouwd tot een van de steunpilaren van het vrije en blije Europa? We zullen het zien als er nog eens een Hongaars politicus op een homo-seksfeestje ‘betrapt’ wordt: is het weer voorpaginanieuws of komt hij (hopelijk) niet verder meer dan de rubriek ‘kreten en gefluister’?

Dit opiniestuk verscheen op 9 december 2020 op de website Zizo Magazine. Je leest het hier: https://zizomag.be/opiniestukken/haalt-de-outing-van-szajer-heel-hongarije-uit-de-kast