door VVR © De krant van West-Vlaanderen

Honderden kunnen niet lachten

Vorig weekend trokken weer duizenden humorliefhebbers op bedevaart naar het mekka van de lach, het Markse humorfestival Humorologie. Coördinator Bart Caron blikt dan ook tevreden terug op de elfde editie.

Humorologie begon op vrijdagavond met de finale van het vierde Humorologie-concours. Vijf finalisten maakten voor een bomvolle tent hun opwachting. Drie mochten er met een prijs naar huis. Wevelgemnaar Bruno De Lille sleepte de prijs van Radio 1 in de wacht en Raf Coppens mocht met de publieksprijs naar huis. Grote winnaar was David Dermez uit Gooik met Le dernier Flamand, een keuze waar Humorologie-coördinator Bart Caron volledig achterstaat.

“Ik ben bijzonder tevreden met de keuze van de jury, waarvan ik trouwens zelf deel uitmaakte. Toen winnaar David Dermez de dag nadien geconfronteerd werd met de winnaar van de Nederlandse Cameretten – hij raakte niet eens de hielen van Dermez -, bleek al meteen dat we de goede keuze hadden gemaakt. Die man heeft zoveel in huis en zal het zeker nog ver schoppen.”

“De jury was bovendien ook onder de indruk van de hoge kwaliteit van het concours. Onder de vijf finalisten vonden we vier uitstekende kandidaten. De vijfde kandidaat, Izegemnaar Andreias van Aambeias viel echter uit de toon, wat bewijst dat ook wij tijdens de selecties nog fouten maken. De drie winnaars trekken nu samen op tournee. Door sponsoring zijn er al vijf voorstellingen verkocht, maar ik denk dat 15 voorstellingen in culturele centra een haalbaar streefdoel is. Voor de drie finalisten is dit een goede leerschool en ze verdienen er nog iets aan ook”.

Geen Torhout-Werchter

Ook over de rest van het festival is Bart Caron meer dan tevreden, hij noemt het festival anno 1996 het beste in de Humorologie-geschiedenis. “Een vijftal staande ovaties bewijst dat we qua programmatie goed scoorden, al waren er natuurlijk ook dit jaar weer enkele afknappers. Ik denk dat we kwalitatief aan de top van Europa zitten en dat we niet veel beter meer kunnen. Uitdaging is het blijven handhaven van die kwaliteit. Voor het eerst werkten we met een ontdubbelde programmatie. Zo had je tegelijkertijd een publiekstrekker in de grote tent en een teerdere, kwetsbaarder voorstelling in een kleine tent. We hebben ondervonden dat die formule werkt en willen die ontdubbeling in de toekomst nog verder uitbouwen. Op die manier kunnen we ook meer toeschouwers toelaten, want we hebben er weer honderden moeten weigeren. Dit bewijst dat we het vertrouwen van het publiek gewonnen hebben en de sfeer geapprecieerd wordt. Dat het festival zo groot geworden is, heeft natuurlijk ook enkele schaduwkanten. Zo merk je een zekere oppervlakkigheid bij een deel van het publiek. De artiest krijgt niet veel tijd meer om iets op te bouwen. Hij moet het publiek meteen aan het lachen brengen, wil hij de zaal of tent niet zien leeglopen.”

“Wat de plannen voor een dubbelfestival met een vzw uit Aalst betreft, die zijn nog niet concreet. Vast staat dat het geen Torhout-Werchter-formule wordt. In Aalst ontbreekt immers de jarenlange opbouw van ons festival. Wel zou er een zekere gelijkenis bestaan tussen de programma’s wat, vooral voor de buitenlandse groepen, budgettair gezien interessant is en zouden we gaan samenwerken op het vlak van promotie en sponsoring”, aldus Bart Caron.

07-06-1996