door Danny Vileyn © Brussel Deze Week

Jean-Luc Vanraes (VLD), de voorzitter van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), heeft in zijn 11-julitoespraak zijn collega’s van de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof) de wacht aangezegd. De VGC keurde in april van dit jaar al een samenwerkingsakkoord met de Cocof goed, maar tot nog toe is een antwoord uitgebleven.

“Mocht de goedkeuring door onze Franstalige collega’s uitblijven, dan stel ik voor dat wijzelf het initiatief nemen,” stelt Vanraes. “Zo kunnen we Vlaamse en Franstalige klassen uit het middelbaar onderwijs uitnodigen om samen te debatteren over actuele thema’s. Dat biedt onze Brusselse jongeren een uitstekende mogelijkheid om elkaar te leren kennen over de gemeenschapsgrenzen.”

Het beoogde samenwerkingsakkoord illustreert volgens Vanraes de openheid waarmee de Vlamingen in Brussel de verschillende bevolkingsgroepen die in de hoofdstad leven, tegemoet treden. Vanraes: “Als herinnering aan de ontvoogdingsstrijd is 11 juli nuttig. We moeten natuurlijk waakzaam blijven. We moeten er ook voor zorgen dat we in Brussel onze taal kunnen blijven spreken, dat onze cultuur ruimte krijgt, dat onze taal en cultuur worden gerespecteerd. Maar de geremdheid waarvan vroeger sprake was, is niet meer nodig.”

Het Belg-gevoel

Terwijl Vanraes zijn toespraak hield in het Brussels Parlement, was het de Vlaamse schepen Bruno De Lille (Groen!) die burgemeester Freddy Thielemans (PS) verving als gastheer voor de Vlaamse parlementsleden in het Brusselse stadhuis. En De Lille klonk minder optimistisch, zij het om andere redenen. De Lille: “We vieren dit jaar 175 jaar België en 25 jaar federalisme. Het verhaal van een land dat evolueert, dat zichzelf heruitvindt.” Een drang naar verandering die volgens De Lille in Brussel met enige argwaan wordt bekeken.

“We voelen ons alleen nog Belg als Kim of Justine een toernooi wint. Maar voor de rest klinkt het steeds luider: wat we zelf doen, doen we beter,” zo beklaagde De Lille zich, die eraan toevoegde dat de meningsverschillen tussen Vlamingen en Franstaligen (langs beide kanten) gebruikt worden om niet naar de eigen tekortkomingen te hoeven kijken. Het alternatief volgens De Lille: “Misschien kunnen we eens aan dat ‘Eendracht maakt macht’ terugdenken als we het (samenwerken met anderen, DV) nog eens proberen.”

De lichtjes van de Schelde

Vlaanderen mag de jongste tien jaar afstand genomen hebben van de pathos die eertijds rond 11 juli hing, feest is het nog altijd op de symbolisch geladen Grote Markt van Brussel, waar ’s avonds de traditionele publiekstrekker plaatsvond. Dit jaar was dat een accordeonfestival met als thema de Schelde en de Noordzee. Honderd amateur-accordeonisten brachten er onder lei­ding van professionals als Jan De Smet (De Nieuwe Snaar) en Smeul­ders & Smeulders de sfeer in.

Water is geen evidente keuze in een stad waar de rivier al meer dan een eeuw is weggestopt, maar het feest is dan ook geen Brussels onderonsje, en ‘De lichtjes van de Schelde’ is een echte meezinger. Het avondlijke evenement lokt ook ieder jaar veel Vlamingen uit Vlaanderen.

Dat was ook zo in het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, dat voor de tweede keer op rij een 11-julifeest organiseerde. Op de affiche: twee Vlaamse en twee Nederlandse stadsdichters. Antwerpen stuurde zijn voormalige en zijn huidige stadsdichter: Tom Lanoye en Ramsey Nasr. Uit Nederland Joost Zwagerman voor Alkmaar en Paul Gellings voor Zwolle. Amsterdam heeft er geen, omdat een grote stad waar alles al op springen staat, zich niet nog eens een stadsdichter op de hals wil halen. Dat is volgens Nasr de verklaring. Nederland durft niet altijd meer dan Vlaanderen.