Biser Alekov is geboren in Bulgarije. Hij is een Roma-man, moslim en openlijk gay. Intussen woont hij met zijn vriend in Brussel. Hij is sociaal werker en onvermoeibaar activist. Ik was gefascineerd door zijn verhaal en dus babbelden we een uur lang over zijn parcours en over zijn activisme. We begonnen bij zijn jeugd in Bulgarije. Meer bepaald in de bibliotheek van zijn geboortedorp Seslav.

Bruno De Lille: Wanneer heb jij voor het eerst openlijk gezegd “Ik ben een man die op mannen verliefd wordt”?

Biser Alekov: Ik wist al sinds ik 12 was dat ik niet op meisjes val. Maar wat dat betekende, daar had ik geen idee van. Dus ging ik op zoek naar informatie in de bibliotheek. Ik spreek over de jaren ‘90 toen internet nog niet bestond. Daarom zocht ik in encyclopedieën en zo. En toen vond ik een boekje waarin een kleine paragraaf stond die het had over homoseksualiteit. Eén paragraaf, meer niet maar ik was zo blij. Eindelijk had ik iets gevonden waarin ik mezelf herkende. Ik wou het boekje hebben maar ik durfde het niet uitlenen want ik woonde toen in een klein Bulgaars dorpje, in een Roma-gemeenschap met amper 500 inwoners. Dat was toen een zeer gesloten gemeenschap die niet positief stond tegenover gays. Dus heb ik het boek stiekem meegenomen. Ik heb het pas jaren later naar de bibliotheek durven terugbrengen.

Ik heb het eigenlijk maar op mijn 34ste aan mijn ouders durven zeggen. Natuurlijk had ik altijd mijn dichte vrienden die wisten dat ik gay was. Maar echt open ben ik pas geworden toen ik het aan mijn familie heb verteld. Ik wou niet dat mijn ouders het van iemand anders te horen kregen. 

Tijdens mijn studies heb ik wel vriendjes gehad. En mensen zien volgens mij ook wel aan mij dat ik geen hetero ben. Maar ik had de kracht nog niet om er open over te zijn in de maatschappij waar ik toen leefde.

En toen ben ik naar België gekomen. Mijn ouders kwamen elk jaar een 3-tal keer op bezoek. Ik was de 30 al voorbij en iedere keer als ze me zagen was het van “Ga je trouwen? Wanneer ga je trouwen?”. In mijn gemeenschap trouwen mensen meestal rond hun 20ste dus ik was al heel erg laat in hun ogen. Dus bij een van die bezoekjes zei ik “Mama, papa, vanavond gaan we spreken, ik wil jullie iets vertellen” En die avond heb ik gezegd dat ik van mannen hield. Stilte. En toen zei mijn moeder “maar je was verliefd op Aysel”. Ik zei “Maar mama, ik was toen 6 jaar oud”.

Mijn vader die vroeger altijd erg homofoob reageerde als er ook maar iets met gays op tv kwam bijvoorbeeld, keek me aan en zei “Je bent een goed mens, het is jouw leven”. De bloeddruk van mijn moeder heeft nog twee dagen boven de 160 gestaan maar dan is ze gekalmeerd. Voor mij was het gesprek een hele opluchting. Eindelijk moest ik niet meer voortdurend letten op wat ik deed of wat ik zei. 

Ik had toen het verschil kunnen maken

Bruno De Lille: Hoe hebben andere mensen uit je gemeenschap gereageerd?

Biser Alekov: Als Roma is het vandaag niet vanzelfsprekend om gay te zijn en toen al helemaal niet. Van vrouwen wordt het iets makkelijker getolereerd. In ons dorp waren er vrouwen die met vrouwen samenwoonden. Iedereen wist dat dat lesbiennes waren. Er werden wel opmerkingen gemaakt en er werd achter hun rug soms mee gelachen, maar verder werden ze met rust gelaten. Maar om als man openlijk met een andere man samen te zijn … Dat was niet aanvaardbaar. 

In het geheim kon er wel veel. Er was bijvoorbeeld een jongeman in het dorp waarvan iedereen wist dat hij homo was. Niemand wou met hem te maken hebben. Maar elke jongen die seks wou hebben, ging naar hem toe. Iedereen wist het maar niemand zei het.

De sociale status van LGBTI+-mensen in onze gemeenschap is erg laag. Bij mij was het anders omdat ik een van de eersten van mijn dorp was die naar de universiteit was gegaan. Ik had een diploma, was gedoctoreerd en had mijn status al verdiend. Ik was dus minder kwetsbaar.

Toen de moeder van die jongen hoorde dat haar zoon gay was, wou ze hem verplichten om te trouwen. Hij was 16 of 17 en zag dat helemaal niet zitten. Hij heeft uiteindelijk zelfmoord gepleegd. Dat was voor mij een echte eyeopener. Ik was 10 jaar ouder en had tegen die moeder kunnen zeggen “Die jongen is gay, laat hem toch niet trouwen”. Maar ik heb het niet gedaan. Daar denk ik heel vaak aan. Ik had toen het verschil kunnen maken. De dood van die jongen is een van de redenen waarom ik niet meer zwijg, de dingen nu wel wil veranderen.

Bruno De Lille: Ben je een activist?

Biser Alekov: Ja. Ik ben een LGBTI+-activist én een Roma-activist. Er zijn zoveel barrières voor mijn gemeenschap maar ook binnen mijn groep, dat ik voel dat ik moet spreken. Want zelfs als persoon alleen, kan je het verschil maken.

In het dorp waar ik ben opgegroeid was er een Roma-man die in de jaren ‘60 voor leerkracht heeft gestudeerd. Hij is uiteindelijk directeur van een middelbare school geworden en heeft ervoor gezorgd dat een hele generatie Roma-jongeren naar die secundaire school is gegaan. 

In de jaren ‘90 was er dan een vader die besloot van ook zijn dochter naar die middelbare school te laten gaan. Ze mocht verder studeren, ging naar de stad en kwam 2 jaar later zwanger terug thuis. Jarenlang mocht geen enkel meisje nog naar het secundair. Tot rond 2010 een andere vader zijn dochter opnieuw naar de school stuurde. Ze deed het goed en sindsdien studeren bijna al onze meisjes verder. Ze halen meer universitaire diploma’s dan de jongens. 

Heel lang woonden de Roma in mijn dorp in een getto. Er was een jongen die voor leraar wilde gaan maar hij voelde zich uitgesloten. Dus vroeg hij aan zijn vader “Papa, papa, we hebben het geld, kunnen we geen huis kopen of bouwen in het dorp zelf?”. De andere mannen van het getto zeiden “Doe het niet. De Bulgaren gaan je wegjagen, ze zullen stenen naar je gooien.” Die familie heeft het wel gedaan, andere zijn hen gevolgd en vandaag is het dorp veel gemengder. 

Die leraar, die vaders en die familie hebben elk op hun manier het leven van heel veel mensen veranderd. En dat wil ik ook proberen. Mensen hebben rolmodellen nodig.

Ik ben van de tweede generatie Roma-activisten. De eerste generatie heeft het pad geëffend: zij wilden zich laten horen vanuit hun eigen persoonlijke beleving, laten zien dat er zaken waren die niet rechtvaardig waren. Wij van de tweede generatie hebben het geluk gehad dat we vaker mochten studeren. Daardoor is onze blik breder geworden, is het makkelijker om het systeem te doorprikken, wij zien de structurele achterstand en proberen dus de hele maatschappij in beweging te brengen, te veranderen.

Het is niet eerlijk dat je telkens moet vechten voor je plek

Bruno De Lille: heb je als gay Roma-man soms het gevoel dat je dubbel gediscrimineerd wordt?

Biser Alekov: In 2009 ben ik naar Brussel komen wonen. Via Gay Romeo leerde ik andere Roma kennen die ook gay waren. En op zondag beslissen we om naar Le You te gaan, de homodiscotheek in het centrum van Brussel. We komen aan de ingang en de bodyguard aan de ingang zegt “Jullie kunnen niet binnen, je moet een reservatie hebben”. Op de website stond niet dat het verplicht was om te reserveren. Maar goed, we gaan weg en we komen de week erna terug. En deze keer had ik gereserveerd. Maar helaas, dezelfde bodyguard beweerde dat er net die week een privé-feest gehouden werd. En daar waren wij natuurlijk weer niet welkom. 

Aan de andere kant was het echter niet beter. In Schaarbeek was er een Roma-disco. Toen we daar met onze groep naartoe trokken, lieten ze ons snel verstaan dat gay-gedrag daar niet getolereerd werd. We werden dus twee keer uitgesloten. 

Bruno De Lille: Wat doe je dan?

Biser Alekov: Omdat ik zoiets verwacht had, had ik het gesprek met de bodyguard van Le You opgenomen. We hebben dat naar UNIA gestuurd (toen nog het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding), zij hebben contact opgenomen en we hebben een gesprek gehad met de vrouw die toen de manager van de discotheek was. En vanaf toen mochten we binnen.

Met de Roma-discotheek zijn we zelf in gesprek gegaan en ook daar mochten dan binnen. Zonder dat dat nadien problemen gaf trouwens.

Alleen voelt het oneerlijk als je telkens moet vechten voor je plek. Je wil anderen dat besparen. Dus toen hebben we onze eigen veilige omgeving gecreëerd. We hebben aan het Rainbowhouse Brussel voorgesteld om een Balkan LGBT Party te organiseren en die is heel erg populair geworden. Intussen hebben we ook een boek uitgegeven “Mijn Verhaal”, twee jaar geleden was er onze documentaire “Mijn leven” en elk jaar doen we met een groep enthousiast mee aan de Pride. We laten ons op heel veel manieren zien omdat we zo aan andere Roma LGBTI+-jongeren kunnen zeggen “je bent niet alleen”.

Bruno De Lille: Is dat toch niet wat weglopen van de problemen? Je ziet dat je gediscrimineerd wordt en dan maak je je eigen aparte plek?

Biser Alekov: Soms moet je zelf wat ruimte nemen om in alle rust sterker te kunnen worden zodat je de confrontatie met de buitenwereld aankan. En we zijn niet weggelopen: we zijn naar UNIA gegaan, we zijn gaan praten met de discotheken en we laten ons overal zien. Maar sommige jongeren hebben eerst een plek nodig om te groeien. Een plaats waar ze zien dat er nog mensen zoals hen zijn. En hopelijk kunnen ze dan op een dag de stap zetten.

Bruno De Lille: Heeft het feit dat je moslim bent, een invloed gehad op je gay-activisme?”

Biser Alekov: Moslim zijn zorgt vaak voor nog een laag discriminatie. Zodra men weet dat je moslim bent, gaat men er van uit dat je erg conservatief bent. En samen met de andere lagen wordt het zeer complex. Ik heb het gevoel dat je voortdurend op verschillende fronten moet strijden. Maar aan de andere kant is het ook heel uitdagend. Het helpt me om met stereotypen te spelen en de mensen om me heen te confronteren met hun vooroordelen.

Praten met iemand die je begrijpt

Bruno De Lille: Gaan de zaken de goede richting op?

Biser Alekov: Ik denk het wel. Er is nog een lange weg af te leggen natuurlijk. Ik zie nog heel veel jongeren die niet openlijk homo kunnen zijn, ze moeten voor hun huis, voor hun kerk de schijn hooghouden. En ik zie ze zich dan wel in het park prostitueren. Er is niets mis met sekswerk maar ze nemen vaak heel veel risico’s met hun gezondheid. Ze ontkennen ook vaak dat ze homo zijn, zeggen dat ze alleen met mannen slapen voor het geld. Het is moeilijk om hen te bereiken maar we proberen wel.

Er is ook een groep Roma-homomannen die toch getrouwd zijn met een vrouw, die kinderen hebben maar die zich emotioneel niet goed voelen. Die contacteren ons dan om eens een koffie te gaan drinken. Ze willen hun gezin niet achterlaten maar gewoon eens kunnen praten met iemand die hen begrijpt, helpt hen vaak verder. Doordat onze groep bestaat, kan dat.

Soms gaat het verder. Na een Pride kreeg ik een telefoontje van een 70-jarige man. Hij had me op de Pride gezien en wou laten weten dat we hem geholpen hadden om uit de kast te komen. Hij was getrouwd met een vrouw, had kinderen die nu zelf kinderen hadden en was onlangs gescheiden. Nu leeft hij samen met een andere man. 

En een jaar geleden kwam er een imam bij mij – bij de Roma heb je zowel katholieken, protestanten, leden van pinkstergemeentes als soenitische en sjiitische moslims -, die me vroeg om eens met de ouders van een jongen die naar zijn moskee kwam, te praten. Hij zei “ik zie aan alles dat die jongen homo is, maar zijn ouders willen het niet zien. Kan jij die ouders niet overtuigen dat gay zijn geen probleem is?”.  Dat is iets waar ik tot voor kort niet van had durven dromen. 

Bruno De Lille: Mag ik wat provoceren? Hier ben je open maar zou je hetzelfde kunnen doen in Bulgarije?

Biser Alekov: Ja, ik doe dat trouwens. Vanaf het moment dat we onze LGBT-groep in Brussel gecreëerd hadden, zeiden de leden “maar hoe kunnen we de LGBT-Roma bereiken in Bulgarije zelf? Want ze zijn zo gesloten.” We hebben dan contact genomen met een aantal Bulgaarse LGBT-mensen die we kenden en zij zijn ook een Roma-werking opgestart. En dan zijn we hen gaan steunen door met onze Belgische werking in de Pride in Sofia mee te lopen. 

Ik geef toe: dat is natuurlijk Sofia, de grote stad. In de kleine dorpen en steden is het veel moeilijker. Gelukkig hebben zij nu internet en de sociale netwerken waardoor ze minder geïsoleerd zijn en makkelijker informatie vinden.

Bruno De Lille: (lacht) Ze moeten niet meer naar de bibliotheek om een boekje met info te vinden.

Biser Alekov: Nee, het is nu veel makkelijker.

Mensen zeggen dat alle Roma dieven zijn

Bruno De Lille: De maatschappij hier wordt harder voor mensen met andere roots. Voel je dat zelf ook?

Biser Alekov: Het is altijd moeilijk geweest voor ons. Mensen zeggen dat alle Roma dieven zijn of bedelaars en ze kijken op ons neer. Er zijn natuurlijk Roma-bedelaars maar dat zijn in Brussel maar een 30-tal gezinnen terwijl er hier zo’n 13.000 Roma wonen. Die Roma gaan werken, leven hun leven, het zijn gewone burgers zoals jij en ik. Maar omdat er zoveel clichés over Roma de ronde doen, proberen heel wat mensen hun herkomst te verbergen. Toen ik hier kwam wonen, hadden vrienden een appartement voor me gevonden. De moeder van een vriend woonde op de benedenverdieping en zei me “Biser, ik weet dat je een activist bent maar zeg alsjeblieft nooit dat wij Roma zijn.”

Bruno De Lille: Dat is verschrikkelijk.

Biser Alekov: Ja, dat is zo maar ik begrijp waarom ze het doen. Het is vermoeiend om de hele tijd te moeten vechten tegen de clichés over je gemeenschap of om je voortdurend te moeten verantwoorden. Maar een Roma-vrouw die in een bank werkt, weet niets over de families die bedelen. Waarom zou zij daar dan een uitleg voor moeten geven of daar een mening moeten over hebben? Dat slaat nergens op maar men vraagt het wel de hele tijd. En dus zwijgen ze of proberen ze zich te assimileren.

Ik heb onlangs een meisje ontmoet. Haar vader is een Roma-man, heeft altijd bij de politie gewerkt en in het gezin werd nooit over de Roma-cultuur gesproken. Nu is ze 22 jaar oud geworden en ze zei me “Ik ben een Roma-vrouw maar ik weet niets over die gemeenschap, het is een deel van mijn identiteit dat ik kwijt ben”. 

En zo zijn er veel Roma-jongeren. Ze worstelen daarmee, willen hun roots vinden. Alleen hebben ze niet veel positieve rolmodellen. We moeten opletten dat we niet een hele generatie verliezen.

Trots en open voor mensen die anders zijn

Bruno De Lille: Wat zou je als activist nog willen bereiken?

Biser Alekov: Ik zou willen dat er in het onderwijs wat meer aandacht was voor de Roma-gemeenschap. Zodat de mensen ons beter leren kennen en zien dat de clichés niet meer zijn dan dat: stereotypes die een vertekend beeld geven. Geef mee dat de Roma ook ontzettend geleden hebben onder de holocaust, laat weten dat er 13.000 Roma in Brussel leven en dat er dus wellicht in elke school wel Roma-kinderen zitten die je vrienden kunnen zijn, …

Mijn voorouders leefden in een getto, voor hen was het ondenkbaar om als moslim Roma samen te eten met christelijke Roma. Vandaag zijn mijn beste vrienden christelijke Roma en word ik als gay-man aanvaard door mijn ouders en als Roma-man door heel veel mensen gerespecteerd. Ik hoop dat de volgende generatie daar niet meer voor zal moeten vechten, vanzelfsprekend trots zal kunnen zijn op haar herkomst en zelf ook open zal staan voor mensen die anders zijn.