Als je moet kiezen tussen je lief en je familie, wie kies je dan? Het is een vraag die eigenlijk aan niemand gesteld zou mogen worden. Want wie wil zo’n keuze maken? En draag je die keuze dan niet je hele leven mee? Want wat je ook hebt gekozen, bij elke ruzie of discussie zal de twijfel ongetwijfeld toeslaan.

Jammer genoeg zijn er nog heel wat LGBT’s die voor dit dilemma komen te staan. Zo kon je onlangs overal het verhaal lezen van de Gentse Mister Gay-kandidaat Abdellah Bijat. Een positief verhaal over het doorbreken van stereotypes en clich├ęs. Maar ook een pijnlijk verhaal want de jongeman is twee jaar geleden na zijn coming-out het huis uit gezet. Gelukkig hebben zijn vrienden hem wel aanvaard maar hij heeft intussen geen contact meer met zijn familie.

Het is eigenlijk nog niet zo lang geleden dat dit eerder regel dan uitzondering was. Ik was zelf puber in de jaren ’80 en toen was het absoluut niet vanzelfsprekend van je ouders over je vriendje te vertellen. Ik ken trouwens blanke mannen van mijn leeftijd die het nog altijd niet officieel aan papa en mama gezegd hebben. Maar de laatste jaren is de coming-out voor de doorsnee blanke middenklasse LGBT’s gelukkig wel heel wat makkelijker geworden.

Voor veel holebi’s met een niet-Belgische achtergrond is dat echter nog niet zo. Ze kiezen er dan vaak ook eerder voor om de confrontatie uit de weg te gaan. Ze leven hun leven, gaan uit, hebben vriendjes of vriendinnetjes maar zwijgen tegen hun familie. De familie weet vaak wel wat er aan de hand is maar verkiest de vaagheid. Een beetje zoals het Amerikaanse leger lang deed: don’t ask, don’t tell.

Is dat laf? Misschien. We kunnen niet genoeg respect hebben voor de mensen die wel op de barricaden staan en de wereld veranderen, maar we weten ook dat we dit niet van iedereen kunnen eisen. En wie is nooit in een situatie terechtgekomen waarbij je zelf geen zin had om je coming-out voor de 1001-ste keer te doen?

Helaas hoor van verschillende (vooral Noord-Afrikaanse) holebi’s dat ze hiervoor met hun nek aangekeken worden. Het lijkt wel alsof de coming-out ten opzichte van de familie intussen tot een verplichte fase behoort in ons leven. Zeker als ze een relatie aangaan, komt de vraag vroeg of laat op tafel: “Wanneer maak ik kennis met je ouders?”. Het is eigenlijk een retorische vraag. Een “nooit” wil men namelijk niet horen, wordt gelijk gesteld met ‘je schaamt je voor onze liefde’.

En zo zitten veel van deze LGBT’s vast in een catch 22: wat ze ook kiezen, ze verliezen. Of ze breken de facto met hun familie, of ze stellen hun lief teleur. De vraag hangt als een zwaard van Damocles boven het koppel en vaak, veel te vaak, leidt dit tot een breuk.

Natuurlijk droom ikzelf van een wereld waarin geen enkele holebi nog een coming-out moet doen tegenover zijn of haar ouders omdat het geen issue meer is. Maar zover zijn we nog lang niet. Natuurlijk is het fundamenteel oneerlijk van die ouders, maar helaas is dit de realiteit waar hun LGBT-kinderen mee moeten leven. Moeten degene die wel het geluk hebben gehad van open te kunnen zijn met hun ouders, de zaken dan op de spits drijven?

Sowieso zullen die mannen en vrouwen het niet gemakkelijk hebben. Een levenlang je anders moeten voordoen dan je bent, wens je niemand toe. Ze verdienen dus eerder ons begrip en vooral onze steun. De meningen over de beleving van seksualiteit zijn helaas nog altijd sterk verdeeld. Maar zelfs die meningen kunnen evolueren. Laten we samen de maatschappij veranderen zodat al die mensen op een dag wel de stap kunnen zetten. Zonder te moeten kiezen. Zonder te moeten verliezen.

Je vindt deze column (en nog een aantal andere columns van mij) op http://www.zizo-magazine.be.

Bruno De Lille
Fractieleider Groen
Brussels Hoofdstedelijk Parlement