Ik kreeg de afgelopen dagen verschillende keren de vraag of ik ook kleur zou bekennen en mijn steun zou uitspreken voor een van de kandidaten voor het voorzitterschap van Groen. Ik geef eerlijk toe dat ik getwijfeld heb: ik ken verschillende van de kandidaten, heb (zo voel ik het toch) met hen een eerder vriendschappelijke relatie en dan één ervan moeten kiezen … dat is een gegarandeerd recept voor wrijving. Het meest comfortabele zou dus zijn te zwijgen en iedereen te laten denken dat ik hem of haar steun. Maar dat is ook wat hypocriet en dat wringt want ook ik heb mijn idee over waar Groen naartoe moet. Dus ga ik me toch uitspreken. Misschien kan het je inspireren, misschien ook niet (ik zit al een tijdje niet (meer) bij ‘de top’ dus niemand hoeft onder de indruk te zijn van mijn mening 🙂 ).

Sterke politici

Allereerst dit: zowel Bart Dhondt als Celia Groothedde (ik soms ze even alfabetisch op 🙂 – Bright Adiyia ken ik niet echt dus over hem kan ik helaas niet veel zeggen) zijn sterke groene politici. Wat Bart op korte tijd verwezenlijkt heeft op het vlak van mobiliteit in Brussel is heel erg knap. Hoe hij verregaande maatregelen heeft doorgevoerd én daarbij bij een groot deel van de bevolking een draagvlak heeft gevonden in een tijd waarbij Good Move verketterd werd, daar mogen veel mensen naar komen kijken. Celia heeft als parlementslid de noden van de kinderopvang voor het eerst sinds lang op de kaart gezet, heeft het de betrokken minister vanuit de oppositie heel erg moeilijk gemaakt en deed dat met een heel grote authenticiteit. Als algemeen directeur van een Brusselse vzw stuur ik ook 13 crèches aan en ik weet dus dat ze met haar tussenkomsten telkens de nagel op de kop sloeg. Bart en Celia hebben dus allebei hun stempel gezet, we mogen trots zijn op hun verwezenlijkingen en dus gaat het volgens mij niet op om de voorzittersverkiezingen te zien als een evaluatie van hun politieke werk.

Iedereen establishment

Het gedoe in de pers over de strijd tussen het groene establishment en alles en iedereen die dan blijkbaar niet tot dat establishment behoort (denk ik), snap ik dan weer langs geen kanten. Want laten we eerlijk zijn: een parlementslid dat deel uitmaakt van het partijbestuur, een schepen van de hoofdstad en een kabinetslid van een vice-premier … ze schurken allemaal tegen de macht aan, ze behoren allemaal tot het groene establishment en hebben veel meer invloed dan een gewoon lid ooit zal hebben. Het zijn alledrie mensen die hun nek uitsteken voor het groene gedachtengoed en die daar hun beroep van hebben mogen maken. Daar moeten we vooral respect voor hebben. Het spelletje ‘jij bent meer establishment dan ik” is dan vooral virtueel en leidt alleen maar af van de inhoudelijke verschillen waar we het beter zouden over hebben.

Groen is relevant

Gelukkig zijn ze het over een aantal basiszaken eens als ik hun programma’s mag geloven. Zowel Bright, Celia als Bart vinden onze groene ideologie nog steeds relevant en benadrukken de noodzaak van actie tegen klimaatverandering. Ze streven ook allemaal naar een rechtvaardige en duurzame samenleving en zien onze groene speerpunten als antwoord op de bezorgdheden van mensen. Gelukkig maar.

Volgens de pers moet de nieuwe voorzitter van Groen een scherp en krachtig profiel hebben, iemand die een duidelijke koers kan varen en het vertrouwen van de kiezer kan herstellen. Iemand die uitstraalt waar de partij voor staat en dat ook aan de man kan brengen.

Waar staat de partij voor?

Maar wat zijn die groene speerpunten, waar staat onze partij voor? Hoe gaan we die strijd tegen de klimaatverandering dan voeren? Plooien we terug op onze core-business of … ? Het probleem is dat onze partij vandaag zelf niet goed weet welk pad ze wil kiezen. We zijn groen, ecologisch, gaan voor duurzaamheid en willen de klimaatcrisis aanpakken. Maar hoe? Als ik de interviews van de afgelopen weken met de huidige voorzitters, onze ministers of (oud-)parlementsleden lees, dan lees ik zowel pleidooien om zeer donkergroen te worden als om veel breder te blijven gaan. Zelfs over het profiel van de toekomstige voorzitter is geen eensgezindheid: zijn we nu op zoek naar een straatvechter of een verbinder? Ik lees vanalles en nog wat. Hoe kan je een duidelijke koers varen als niet alle matrozen aan hetzelfde zeel trekken?

Ik denk dus dat die nieuwe voorzitter daar als eerste zaak werk van moet maken. Hij moet, samen met de leden, opnieuw bepalen waar we voor willen gaan, welke weg we daarbij gaan volgen en ook hoe we mensen daar in mee willen krijgen.

Niet de mensen maar de systemen

Zelf heb ik daar ook mijn idee over natuurlijk. De vorige ploeg heeft daar volgens mij een belangrijke stap gezet: groen heeft een tijdje geleden ervoor gekozen om zich vooral te focussen op systemische veranderingen in de strijd tegen de klimaatcrisis. Het gaat ons dus niet meer over individuele verandering want dat zal nooit voldoende zijn om de klimaatcrisis op te lossen. Het probleem zit ingebakken in de huidige economische en politieke systemen, die afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, overconsumptie en korte-termijnwinsten. Alleen door die systemen te veranderen, kunnen we de klimaatcrisis structureel aanpakken en ervoor zorgen dat duurzaamheid de standaard wordt. Daarbij nemen we ook altijd maatregelen om ervoor te zorgen dat ook de zwaksten mee kunnen. En dat kan je op alle beleid toepassen. Ik vind het dan ook onzinnig om te zeggen dat we ons alleen met het klimaat of de natuur pur sang gaan bezighouden. In een maatschappij hangt alles aan alles en dus moeten we daar een antwoord op hebben. Focus dus niet qua thema’s maar wel qua aanpak. En dat kan vanuit die systemische insteek. Alleen is die omslag absoluut nog niet verankerd en zijn we in onze communicatie en daar waar we beleid voeren, niet altijd consequent. Er is dus al een basis maar het is nog geen draagvlak.

Gestroomlijnde machine

En dan moet de voorzitter van die hele ploeg mandatarissen een gestroomlijnde machine maken. Dat kan niet top-down of centralistisch, zo is het DNA van Groen niet. Dat kan alleen door te overtuigen, een team te smeden en duidelijk te maken dat je als apart mandataris niet kan scoren tegen je partij in. We zijn geen luie passagiers op een cruiseschip, we roeien samen in een Olympische regatta.

Moet onze nieuwe voorzitter dus een straatvechter zijn naast de Dewevers, Conners en Bouchez’ van deze tijd? Er zijn mensen binnen onze partij die denken dat we dat voorbeeld moeten volgen om te kunnen overleven. Maar ik geloof dat niet.

Het ligt al niet in onze natuur. We zouden een rolletje spelen. Groenen houden niet van ruzie maken. We leven ons (soms wat te veel) in in de andere, kiezen voor nuance, voor oplossingen die werken en voor een aanpak waarin mensen zich gehoord voelen. We voelen ons ongemakkelijk bij polarisatie en zouden dus ongeloofwaardig zijn als we hier aan meewerken.

De polarisatie voorbij

Wat de geschiedenis ons bovendien leert, is dat de slinger vroeg of laat weer terug zwaait. Mensen worden op een bepaald moment (en dat is nu al bezig volgens mij) de voortdurende polarisatie beu. En op dat ogenblik gaan ze een geloofwaardig alternatief zoeken. Als we trouw blijven aan ons DNA, dan kunnen wij dat alternatief zijn.

Daarom geloof ik dat we vooral een verbindende voorzitter nodig hebben. Iemand die rust brengt en ruimte creëert voor herbronning. Iemand die niet probeert om alles zelf te doen, maar die een (grotendeels nieuw) team kan klaarstomen voor de volgende verkiezingen en onze waarden vertaalt naar waar de mensen van wakker liggen.

Ik kies voor Bart (Dhondt, niet Dewever 🙂 )

Als ik de verschillende programma’s lees en kijk naar hoe ik de kandidaten beleef, dan denk ik dat dit profiel meer op het lijf geschreven is van Bart. 

Ik heb gezien hoe hij zelfs een PS-burgemeester mee kreeg in zijn verhaal over een leefbare stad, hoe hij luisterde naar bewoners die zijn mobiliteitsplannen niet zagen zitten en bijstuurde maar zijn doel nooit uit het oog verloor (Brussel-stad ging het verst door in die mobiliteit op mensenmaat en toch kreeg de anti-stem er geen voet aan de grond), hoe hij bij de gemeenteraadsverkiezingen vanop de derde plaats meer stemmen haalde dan de lijsttrekker en er toch in slaagde van die respectvol mee te pakken… 

Daarom zal ik voor hem kiezen op 14 december. Ik vertrouw er op dat Celia de sociale stem luid zal laten horen in het Brusselse parlement (en die reflex kan dat parlement goed gebruiken) en binnen het partijbestuur. En ik hoop dat we ons als partij zeker ook laten inspireren door het ‘we kunnen winnen, we moeten winnen’ van Bright. Maar ik denk dat we vandaag met Groen een voorzitter als Bart nodig hebben om ons verhaal weer juist te zetten en er een duurzaam draagvlak voor te creëren. 

Sowieso hoop ik dat, wat de uitslag ook is, iedereen daarna de neuzen in dezelfde richting zet want Groen is in deze gure tijden meer dan nodig. 

PS. Verder ben ik van mening dat Israël een genocide uitvoert die meteen en met alle mogelijke legale middelen moet worden gestopt.