Op 29 juli 2025 schreef ik het volgende opiniestuk over het Brusselse onderwijs op de website knack.be: http://brunodelille.eu/brussel-is-vlaanderen-niet-waarom-doet-ons-onderwijs-dan-alsof/.
Professor Van den Broeck
Twee dagen later schreef professor emeritus Wim Van den Broeck de volgende reactie op Twitter/X:
Een goed geschreven en interessant stuk over Brussels onderwijs dat echter bol staat van de misvattingen. Interessant is dat het exact dezelfde misvattingen zijn die de vorige decennia aan de basis lagen van de neergang van ons onderwijs. Een korte analyse.
Merkwaardig dat auteur fictief contrast schetst ts Brusselse realiteit v meertaligheid en homogeen Vlaanderen, met Westvl. Wevelgem als voorbeeld. Meertaligheid is op heden realiteit in gans Vlaanderen: in meeste VL provincies spreken 50% vd kinderen thuis niet uitsluitend NL.
Dus in quasi alle scholen worden leerkrachten geconfronteerd met dezelfde realiteit (ondanks verschillen ts grootsteden en platteland). Ook beleidsmakers zijn zich op alle niveaus hiervan zeer goed bewust. Vraag blijft wel hoe we daar onderwijskundig best op reageren.
De kindkenmerken zijn dus niet zo verschillend als de auteur hier schetst. Wel een belangrijk verschil in context is dat vele Brusselse schoolkinderen het NL uitsluitend op school horen, en dat werpt een bijkomende moeilijkheid op, die men best onder ogen durft te zien.
De auteur verwijt het beleid een taalbeleid te voeren ‘voor Nederlandstaligen’. Dat is niet correct. Het is precies omdat ook in de rest v VL heel wat kinderen weinig en soms geen NL kennen dat er sterk wordt ingezet op het aanleren vh NL al van in de kleuterklas.
De auteur bepleit sterk een andersoortige aanpak voor de Brusselse scholen maar laat compleet onvermeld hoe hij die aanpak dan ziet. Vanaf de jaren ’90 heeft de lokroep vh zgn. ‘nieuwe leren’ velen misleid: het bleken achteraf onwerkbare alternatieven voor degelijk onderwijs.
Dat alternatieve leren (bv. sterk gedifferentieerd of gepersonaliseerd leren) bleek vooral neer te komen op het aanpassen v verwachtingen, en dus regelrecht te leiden naar een lager niveau & grotere verschillen ts lln. De kracht van goed kennisgericht onderwijs werd vergeten.
Brusselse kinderen zitten niet op een eiland, noch van nostalgie, noch van ideële romantiek. De kennis over leren en ook het leren van een taal is robuust en universeel en dus ook van toepassing op de ketjes.
De trein op weg naar het herstel van ons onderwijs is vertrokken. Er is echter nog veel plaats. Hopelijk overweegt @BrunoDeLille met z’n hart voor onderwijs kennis te nemen van alle initiatieven waar zoveel mensen nu al hun schouders onder zetten. Ik licht het graag eens toe.
Mijn reactie
Met veel plezier gaf ik hem het volgende antwoord (wordt vervolgd?):
Beste professor, ik wil graag even reageren. Ik ben het niet eens met u dat het over een fictief contrast zou gaan. Mijn cijfers gingen niet over kinderen die thuis niet uitsluitend Nederlands spraken maar over kinderen die thuis geen Nederlandstalige ouders hadden.
Volgens de cijfers van minister Demir spreekt bijna 27% van de kinderen (Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen & Brussel samen) thuis geen Nederlands. Ik ga er dus van uit dat dit gezinnen zijn waar 0 ouders Nederlandstalig zijn. In het Nederlandstalige onderwijs in Brussel is dat het geval voor 74% van de kinderen.
Bovendien, zoals u zelf aanhaalt, horen Brusselse leerlingen vaak enkel op school Nederlands, terwijl in Vlaanderen Nederlands veel meer in de publieke ruimte aanwezig is.
Tenslotte is het aantal kinderen met migratieroots en kinderen uit socio-economisch zwakke gezinnen in Brussel veel hoger dan in Vlaanderen. En we weten dat ook deze zaken een belangrijke impact kunnen hebben (zie ook de PISA-verslagen).
Natuurlijk is het niet “anderstalig = socio-economisch zwak = migratieachtergrond” maar het aantal leerlingen dat 2 of 3 vakjes aantikt, ligt heel wat hoger dan in Vlaanderen.
Ik beweer dus niet dat meertaligheid geen realiteit is in Vlaanderen (ik beweer zelfs dat dit in de toekomst nog meer dan vandaag het geval zal zijn, Vlaanderen kan Brussel dus als proefgebied zien), wel dat er wel degelijk een betekenisvol verschil is tussen de gemiddelde leerling in het Nederlandstalige onderwijs in Vlaanderen en Brussel.
De schaal waarmee leerkrachten in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel met deze realiteit geconfronteerd worden, is dus fundamenteel verschillend. En misschien / wellicht (ik hoop het heel sterk) zijn onze beleidsmakers zich hier van bewust, maar er is een verschil tussen bewust zijn en effectief beleid voeren.
Als de Vlaamse aanpak in Vlaanderen goed werkt, dan denk ik dat ze daar zeker verder mee moeten gaan. Maar ik stel vast dat de huidige aanpak in Brussel absoluut niet de resultaten oplevert die we willen (alle leerlingen die het Nederlands goed beheersen) en dan zal u me als wetenschapper toch bijvallen als ik zeg dat er dan een beleid op maat moet gemaakt worden.
Vandaag heb ik echter de indruk dat er eerder een tendens bestaat die het onderwijs nog meer naar een one-fits-all-aanpak probeert te duwen. En daar heb ik dus mijn sterke twijfels bij.
Dat er ook in Vlaanderen ingezet wordt op het aanleren van het Nederlands, al van in de kleuterklas, weten we. Er zijn de koala-toetsen, er is de communicatie van de ministers, …
Ik bekritiseer de inzet die men toont an sich zeker niet, maar ik beweer wel dat een Nederlandsbeleid dat geen onderscheid maakt tussen leerlingen die thuis nauwelijks Nederlands horen en diegenen die het sporadisch of gedeeltelijk horen, precisie mist en dus wellicht ook effect zal missen.
Het klopt dat ik niet in detail ga over hoe die aanpak zou moeten zijn. Ik ben geen wetenschapper en ik wil vermijden van niet-onderbouwde ideetjes rond te strooien.
Ik doe wel een aantal vaststellingen: dat de aanpak van vandaag niet werkt, dat er geen aangepaste leerboeken zijn, dat lerarenopleidingen te weinig rekening houden met meertaligheid en kansarmoede, dat er methodes (NT2) bestaan die wel al resultaten tonen …
Dat zijn zaken waarvan ik denk dat ze met elkaar te maken hebben en moeten meegenomen worden in het zoeken naar die aanpak op maat (en ik laat de zoektocht zeer graag over aan mensen die daar mee verstand van hebben dan ik).
Ik pleit nergens voor het verlagen van de lat of het loslaten van kennisgericht onderwijs (ik weet ook niet waar dat uit mijn tekst zou blijken). Integendeel, ik zeg net dat we onze leerlingen bedriegen als we onze verwachtingen naar beneden halen.
Als we in het basisonderwijs een leerling onterecht een getuigschrift geven, dan slaagt die niet in de eerste graad secundair. Doen we dat op het einde van het zesde middelbaar, dan denken onze leerlingen dat hen een mooie studiecarrière wacht. Tot ze aan elke unief of hogeschool falen, wat iedereen veel tijd en geld en energie kost.
Als we het goed menen met onze leerlingen, dan leggen we de lat dus hoog. Maar het is ook aan ons om de juiste methodes te zoeken om het maximale uit die leerlingen te halen, ze te leren hoe ze hun talenten ten volle kunnen ontwikkelen en zo dus over de hoge lat te geraken.
Zoals ik eerder zei, de aanpak van vandaag werkt niet. Teveel leerlingen in het Brusselse Nederlandstalige onderwijs halen niet de minimumdoelen voor Nederlands. We zien dat nu al jaren. Dan kunnen we toch niet nog eens een rondje van hetzelfde gaan doen? Waarom zou dat dan plots wel resultaat opleveren?
Daar ben ik oprecht bezorgd om en ik merk dat heel veel leerkrachten rondom mij dat ook zijn. Ik zet dus graag mee mijn schouders onder het versterken van ons onderwijs, maar ik denk dat dat ook betekent dat we meer maatwerk moeten durven inzetten waar de uitdagingen het grootst zijn.
Beste professor Van den Broeck, ik ben blij van te merken dat u zich ook erg betrokken voelt bij het Brusselse onderwijs en wil dan ook heel graag verder praten om misschien samen een aanzet te kunnen geven voor een werkbare aanpak.